
Uien zijn afkomstig uit Midden-Azië en behoren tot de leliefamilie. Door hun scherpe smaak kunnen ze zowel dienst doen als kruiderij of als groente. Dat uien van nature een antibiotische werking hebben is reeds 5000 jaar bekend. De bouwers van de piramides werkten op een rantsoen van uien, knoflook en brood !
Er bestaan zeer veel soorten uien, ze verschillen in grootte en kleur maar vooral in scherpte. Elk land waar uien verbouwd worden heeft zo wel zijn eigen specialiteit. Des te kleiner de ui, des te sterker de smaak, is een regel die dikwijls opgaat.
In uien zit een etherische olie, allicine, die verantwoordelijk is voor de scherpte en de smaak. Het is deze allicine die ook zorgt voor de tranende ogen tijdens het reinigen en snijden van uien. Er zijn een tweetal trucs die helpen om het tranen tegen te gaan : een zeer scherp mes gebruiken waardoor de ui zelf zo weinig mogelijk gekwetst wordt of een bril dragen zodat de opstijgende etherische olie de ogen niet bereikt.
Wat ook wel helpt is je mes heel dikwijls in water steken tijdens het snijden.
Botanisch gezien is de ui een ondergrondse bol met dicht op elkaar gepakte , vlezig verdikte bladeren, de rokken, omgeven door een paar dunnere laagjes die eigenlijk de uitgedroogde buitenste rokken zijn. Als men alle rokken weg pelt blijven er uiteindelijk nog twee nieuwe stammen , in het hart van de ui over, die een nieuwe plant kunnen voortbrengen.
In veel keukens wordt in elke warme maaltijd wel een ui gebruikt.
Dit komt omdat het een smaakmaker is maar ook omdat uien heel gezond zijn.
Een ui bevat vitamine C, B1, B2, B5 en B6 en in sommige soorten zit ook nog vitamine E.
Met dank aan Fons Nicolay voor de achtergrondinformatie.
Nog meer info te vinden bij De Wassende Maan

