
Er bestaan twee soorten welgekende selder(ij).
De groene (ook wel snijselder genoemd) en de witte (bleekselder).
De groene wordt voornamelijk gebruikt in soepen en fonds. Daar waar ze haar smaak moet afgeven maar verder niet zichtbaar zal zijn op het bord.
De bleekselder is veel voller van structuur en wordt ook gebruikt als groente.
Bewaren
- Het is raadzaam om de selder niet te lang te bewaren. Enkele dagen in de groentela van de koelkast kan wel.
Schoonmaken
- Vooraleer de selder verwerkt wordt, moet deze eerst grondig gespoeld worden.
- Het onderste witte gedeelte met fijne worteltjes wordt afgesneden.
- De blaadjes bovenaan kan u net zoals de stengels verwerken in soepen of andere gerechten.
Verwerking
- Bleekselder kan door zijn zachtere smaak ook rauw gegeten worden, bijvoorbeeld als hapje met een dipsaus of bij een kaasschotel.
- Selder kan u koken, stoven of roerbakken.
Met dan aan Fons Nicolay en De Wassende Maan voor de achtergrondinformatie

