
Deze typische wintergroente is afkomstig uit het Middellandse Zee gebied, maar is in Vlaanderen en Nederland ook wel inheems. Soms wordt ze wel eens winterasperge of armeluis-asperge genoemd, omdat de zacht nootachtige, kruidige smaak een beetje doet denken aan die van asperges.
De bruinzwarte schil is kurkachtig. Het is een wortelgroente, dus spoel ze eerst goed af voor je ze schilt. En draag keukenhandschoenen bij dit werkje. Schorseneren hebben niet voor niets de bijnaam keukenmeidenverdriet gekregen. Ze geven tijdens het schillen immers een kleverig melksap vrij dat anders voor vieze handen zorgt.
Bereiding
De bruinzwarte schil is kurkachtig. Schorseneren moeten goed afgespoeld en dan geschild worden, vanaf de onderkant naar de top. Leg de stukjes meteen in een kom water met citroensap of azijn om bruin kleuren te voorkomen. Een scheut melk bij het kookwater voorkomt dat de schorseneren tijdens het koken donkerder worden.
Meer info bij De Wassende Maan en Genieten van Vers

