
Het witte vruchtvlees van de 3 cm grote ramboetan heeft een frisse zoetzure smaak. Hij wordt ook wel eens harige luchee genoemd, omdat niet allen de smaak maar ook het vruchtvlees er zo op lijken. De vrucht heeft zachte harige stekels die bij erg verse exemplaren rood of geel zijn. Het sappige vruchtvlees is glazig, wit van kleur en bevat een witte pit.
Het vruchtvlees van de ramboetan is iets steviger dan dat van de lychee en de smaak is iets minder zoet.
De oorsprong van deze vrucht ligt in China. Nu groeien ze in veel tropische gebieden zoals: China, India, Thailand, Zuid Afrika, de VS, Madagaskar, Mauritius, Australië, Kenia, Brazilië en Israël.
Ook al worden ze vooral rond de kerstdagen verkocht in de beter gesorteerde supermarkt en de tropische winkels, toch zijn ze het hele jaar door vers verkrijgbaar. Vermijd de ramboetan in blik, want de smaak is niet vergelijkbaar.
Ze worden (bijna) rijp geplukt. Let er op dat de schil hard en onbeschadigd is. Zachte vruchten zijn op z'n minst overrijp, maar meestal rot.
Net zoals lychee, pel je de ramboetan door met een scherp mesje een begin te maken en dan de harde schil te barsten. De pitten zijn niet eetbaar.
Rambotan mag je niet in de koeling bewaren, want dan verliezen ze alle smaak. Zoek een plekje waar het minstens 12° C is.

