
Carambola komt van oorsprong uit Indonesië. Tegenwoordig wordt de vrucht vooral geïmporteerd vanuit Maleisië, Brazilië en tropisch Afrika. De carambola groeit aan een kleine sierlijke boom met fijne bladeren.
Carambola’s zijn vijfhoekige, 8 tot 12 centimeter lange, groengele vruchten, enigszins doorschijnend of glazig. De vrucht heeft sappig geel doorschijnend vruchtvlees met een zwart eetbaar pitje.
De kleine groene carambola uit Brazilië kleurt lichtgroen wanneer hij rijp is en is iets zuurder van smaak dan de grotere, zoetere carambola uit Maleisië, die geelgroen wordt als hij rijp is.
Bewaar de rijpe carambola in de groentelade van de koelkast. Zo is de vrucht ruim een week houdbaar. Onrijpe vruchten kunnen het best bij kamertemperatuur bewaard worden.
Bewaar carambola niet onder de 5ºC.
Was de vrucht onder stromend water. Zuig de vrucht uit of trek het vliesje met een mesje van de
uitstekende ribben.
Snij de (bittere) uiteinden van de carambola eraf. Het is niet nodig de vrucht te schillen.
Carambola, ook wel sterfruit genoemd, heeft een fris, zoetzure smaak met een aangenaam aroma.
Snijd de carambola dwars over de ribben in schijfjes. Gebruik de stervormige schijfjes in salades, taarten, jam, gelei, cocktails of als garnering bij vlees- of visgerechten.
En onthoud : Hoe groter de vrucht, des te zoeter de smaak.

